Loop een stukje achteruit

Ze had haar pumps verwisseld voor sneakers en liep in een moordend tempo de blauwe route bij Het Loo. Ik probeerde haar echt bij te houden terwijl zij in zichzelf mompelend de ene na de andere kilometer opvrat. Op vragen van mij reageerde ze met een hoofdschudden of een schouderophaal. Terwijl het zweet op mijn voorhoofd parelde, nam zij zonder zichtbare moeite de volgende kilometer. Mompelend.

Ik bleef staan. Om op adem te komen, maar vooral om contact te maken. Ze was zeker 25 meter verder voordat ze doorhad dat ik niet meer naast haar liep. Ik wachtte tot ze terugliep naar mij.
“Praat met me,” zei ik tegen haar. “Vertel me wat je zo bezighoudt.” Ze draaide zich om in de veronderstelling dat we door zouden lopen.

“Nee.” Zachtjes pakte ik haar bij de arm. “Loop eens een stukje achteruit.” Verbaasd keek ze mij aan en keek over haar schouder naar het oneffen pad.
“Als je wat vanzelfsprekend is weghaalt, krijg je meer oog voor alternatieven. Het geeft je een andere kijk op dingen. Probeer het eens.”
Ik zag haar nadenken en voor het eerst die dag, loslaten. Ze begon wat te lachen. “Zorg jij ervoor dat ik niet onderuit ga?”
“Ik heb je.”